web analytics

Anno 1201. Oproer in Veurne

48
banner

Anno 1200. De eerste maatregelen komen er al snel aan. Graaf Boudewijn IX verplicht de kooplieden ertoe dat er een toltaks zal moeten betaald worden op alle koopwaar. Vier groten per pond voor wat betreft de export. Voor het inlands vervoer is dat de helft. De opbrengst van de taks gaat naar de heer van Gistel die de fondsen zal aanwenden om de zeekust en de dijken tussen Calais en het Zwin te Sluis te onderhouden. En ook om het land te behoeden voor eventuele aanvallen van de zeerovers.

De heer van Gruuthuse, op dat moment kapitein van Brugge treedt in dienst als adjunct van de heer van Gistel. In ruil voor zijn diensten krijgt hij toelating om twee groten taks te heffen op iedere ton bier die in zijn stad gebrouwen wordt. Verscheidene Henegouwse en Vlaamse steden krijgen van de graaf belangrijke voorrechten die hun koophandel en nijverheid moeten stimuleren. De invoer van vaste gewichten en maten over heel Vlaanderen moet daarbij de eenvoud en de transparantie van de handel ondersteunen.

1201. Rond die tijd ontstaat er een grote oproer in Veurne. Mathilde van Portugal, de weduwe van Filips van de Elzas resideert in de stad die ze naast veel andere steden in haar bezit heeft. Mathilde heeft zich veel te ver gewaagd met altijd maar extra belastingen op de kap van de inwoners en de landlieden en krijgt daar nu de weerbots van. De Westhoekers weigeren om haar nog verder te gehoorzamen. Dat gebeurt onder impuls van de Veurnenaar Blauwvoet (of Blauvoet). Hun beweging krijgt daardoor de naam van de Blauwvoeters (of de Blauvoetijnen). De anderen die zich achter Mathilde scharen doen dat onder het bevel van hun leider Sigebert Ingerijk.

Dat zijn dus de Ingerijkers. De Blauwvoeters bedrijven in 1201 nogal wat roofpartijen en verwoestingen, ze verslaan de mannen van Mathilde en steken op 17 november haar residentie ‘Prinsenhof’ in brand. Een zwaar verstoorde graaf Boudewijn moet nu wel ingrijpen. Hij probeerde al de hele tijd de rust te prediken maar deze brandstichting is er te veel aan. Zijn krijgsvolk komt naar de Westhoek om er al de stropers en de moordenaars op te pakken en ze ter plaatse af te maken als ze weerstand bieden. De rellen houden op maar onder de oppervlakte blijft de intense haat tussen de Blauwvoeters en de Ingerijkers sluimeren. Het is alleen maar wachten op een volgende uitbarsting van geweld.

Een vreemde ziekte voor gravin Maria
Het heilig land zit tegen dan ook al weer in de problemen. Paus Innocentius III stuurt gezanten en zendelingen uit om de prinsen te motiveren voor een volgende kruistocht. Graaf Boudewijn IX, in 1201 al op een leeftijd van dertig jaar gekomen laat zich niet onbetuigd en beslist om mee te gaan. Een vlaag van vroomheid die hem niet goed zal bekomen. Zijn echtgenote Maria van Champagne zal tijdens zijn afwezigheid het land besturen, geholpen door zijn raad van wijzen. Dat zijn de mensen die er ook al bij waren tijdens de onderhandelingen met Frankrijk. Terwijl hij zijn wapenlieden en aanvoerders selecteert en mobiliseert beseft de gravin dat ze eigenlijk ook wel al die heilige plaatsen zou willen bezoeken en de oorlog wil bijwonen. Alsof het hier om een show gaat.

Vlaanderen komt dan maar tijdelijk onder het regentschap van Boudewijns broer Filips van Namen bijgestaan door Burchard van Avesnes en zijn oom Willem van Henegouwen. De kruisvaarders laten in 1202 Vlaanderen achter zich. De eerste etappe gaat naar Frankrijk waar de Vlamingen zich aansluiten bij het leger van de graaf van Montferrat. In Venetië treffen ze de rest van hun Europese reisgenoten. De gravin van haar kant doet de overtocht naar Syrië over het water. Vergezeld van de Brugse kasteelheer Jan van Nesle en een deel van de Vlaamse krijgsmacht. Maria beleeft een woelige en stormachtige reis, in de letterlijke betekenis van het woord. Na de nodige stormen op zee arriveren de Vlamingen eindelijk in Ptolomaïs. Daar blijft het gezelschap nu wachten op de graaf. De gravin wordt er echter door een of andere vreemde ziekte overvallen en sterft op 29 augustus zonder ooit nog haar man terug te zien.

De lamp brandt in Constantinopel
De winter 1202-1203 moet eerst nog doorstaan worden vooraleer de kruisvaarders eindelijk naar Constantinopel zullen verhuizen. Want daar brandt de lamp. De jonge zoon van de onttroonde en in een kerker gedropte keizer Isaac smeekt immers om hulp. De vijand van dienst is een zekere Alexius. Het keizerrijk van Constantinopel moet volgens de paus absoluut weer onder de controle van de heilige stoel gebracht worden. Er ligt een beloning van 200.000 zilveren marken te wachten voor de ridders en hun manschappen.

Een eenvoudige onderneming zal het zeker niet worden. Constantinopel zit barstensvol met 200.000 gewapende vijanden terwijl de kruisvaarders maar 43.000 stuks ter beschikking hebben. Misschien nog even meegeven dat dit leger aangevoerd wordt door onze graaf Boudewijn IX. Ik laat de details van de confrontatie achterwege en kom al direct met het feit dat de westerlingen er op 17 juli 1203 in slagen om Constantinopel te veroveren terwijl hun vijand Alexius op de vlucht slaat. De christenen bevrijden keizer Isaac uit zijn kerker en plaatsen hem terug op de troon. Wat die van het westen onvoldoende beseffen is dat Constantinopel aan een heuse identiteitscrisis ten prooi zal vallen.

Gaan de gelovigen al dan niet verder onder het beleid van de paus? Of kiezen ze een andere richting? Geloof me beste lezers als ik jullie vertel dat het toch altijd maar weer het grote ‘geloof’ is die de wereld naar de knoppen helpt. Dit fanatisme beleven wij allemaal dag na dag en in de tijd van de kruistochten was dat ook niet anders. Men zou er moedeloos van worden. Kan een mens nu nooit eens gewoon leven, geloven in wat hij zelf wil geloven en die simpele verzuchting ook toestaan aan zijn medemens? Maar nee, altijd maar de eigen God door de strot van een ander rammen, dat kan de mensheid toch wel perfect!

Kijk maar naar Constantinopel waar op 8 februari 1204 de keizer en zijn zoon door blote handen gewurgd worden. De dader laat zich direct zelf uitroepen tot de nieuwe keizer en verklaart prompt de oorlog aan de kruisvaarders. Die mogen hun huiswerk nog eens overdoen. Een nieuwe belegering van Constantinopel leidt op 12 april 1204 naar succes. Onze graaf Boudewijn steelt er de show met zijn vechtlust en zijn durf. De buit in de stad werd nooit eerder gezien. Bergen van goud en kostbare edelstenen. Er is sprake van 800.000 zilveren marken en een weelde aan relikwieën die allemaal hun weg zullen vinden naar het westen.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *