web analytics

Anno 1348. Pas nu komt Ieper aan de beurt

55
banner

Dat succes moedigt Lodewijk van Male aan in zijn aanpak van de steden. Gedaan met schone woorden. ‘Over and out’ met de schone brieven vol met beloftes dat hij de stedelijke wetten en gebruiken zal naleven. Hij zal voortaan regeren met de macht. En eigenlijk heeft hij ook ergens een punt. Hij is de gezworen graaf, wil iedereen in zijn rechten erkennen terwijl steden als Gent en Ieper verder willen gaan met hun eigen engagementen t.o.v. de Engelse koning en hun eigen politiek willen voeren.

De kasselrij van Cassel komt nu aan de beurt. De graaf zuivert Cassel van een bende rovers, moordenaars en brandstichters, bijna allemaal weversknechten uit Gent en Ieper die zichzelf ontembaar achten. Maar als punt bij paaltje komt rekent hij toch maar netjes af met de oproerlingen. Veel van deze schelmen bekopen hun rebellie met de dood, de rest zet het op een lopen. De oproerstokers uit Brugge laat hij ofwel onthoofden ofwel verbannen. Pas nu komt Ieper aan de beurt.

De lokale wethouders laten hem niet binnen in hun stad en sturen er enkele gezanten op af met de vraag wat hij hier komt uitrichten. ‘Vrede maken, kwaad straffen en de goede zeden laten onderhouden’, zo luidt het antwoord van Lodewijk van Male. Hij krijgt als antwoord terug dat Ieper geen vrede kan maken met de graaf zolang ze daarvoor niet de toestemming krijgen van koning Edward III, want de Ieperlingen willen niet als meinedigen aanzien worden. In Gent krijgt Lodewijk precies hetzelfde antwoord en ook hier geraakt hij niet binnen. Brugge is de enige van de drie goede steden die in vrede leeft met zijn graaf. Toeval of niet, maar precies in dit jaar 1348 komen zich hier enkele Spaanse kooplieden vestigen.

Ze gaan wonen in een woning die gelegen is aan de noordzijde van de Langewynckelstraat, een straat die dankzij hun aanwezigheid omgedoopt wordt tot de ‘Spanjaardstraat’. De achterkant van hun woning strekt zich uit tot aan de Houtmarkt, tot voor het huis van Oostenrijk waar men nog altijd een kanonsbal in de muur kan zien.

De poorten blijven dicht voor graaf Lodewijk
15 november 1348. Graaf Lodewijk van Male wil absoluut de controle over heel Vlaanderen, en hij krijgt daarbij de steun van de hertogen van Brabant en Limburg. Die voorzien hem van een grote bende gewapende ruiters. De huurlingen moeten de graaf bijstaan om de oproerige steden te bedwingen. De buitengebieden rond Ieper en Gent zullen niet langer in voedsel voor de centra kunnen voorzien. De Brabantse huurlingen verwoesten de oogsten zodat er een gebrek aan graan zal ontstaan en de bevolking met honger te maken zal krijgen. Het systematisch afsluiten van beide steden zal een crisis in hun koophandel veroorzaken en daar is het Lodewijk natuurlijk om te doen.

Terwijl de oude adel deze denkwijze maar bedenkelijk vindt en de honger wild om zich heen slaat volhardt de burgerij van Gent en Ieper in de boosheid. Hun poorten blijven koppig gesloten voor de graaf, tenzij om zelf eens een gevatte uitval te doen om zijn vreemde krijgslieden aan te tasten en af te slaan. Ze krijgen daarbij de assistentie van enkele Engelsen. Met de winter op komst hoopt iedereen dat de ridders uit Brabant en Limburg het hier gauw zullen aftrappen.

Graaf Lodewijk beseft dat zijn pogingen een straatje zonder einde zijn. Hij gaat stilaan beseffen dat hij nooit in het vreedzaam bezit van Vlaanderen zal komen zolang hij zich niet verzoent met koning Edward III. Hij kan de Engelsman niet uitstaan maar zal noodgedwongen een schimmig spel moeten spelen om die van Gent en Ieper een rad voor ogen te draaien.

De plotse ommekeer in zijn betrekkingen met Engeland zijn dan ook doorstoken kaart, ‘window dressing’ van de zuiverste soort. Het begint met zijn verklaring dat hij Vlaanderen wil afscheiden van Filips van Valois. De kroniekschrijvers van hun tijd gaan vreemd genoeg voorbij aan de vraag of de Fransman al dan niet op de hoogte is van de tactiek van de graaf van Vlaanderen. Ik durf erop te wedden dat ze deze plannen vanzelfsprekend samen hebben bekokstoofd. Vlaanderen wil plots af van Frankrijk, dixit Lodewijk van Male, de kasselrijen van Rijsel, Douai en Bethune werden onrechtmatig afgenomen van Vlaanderen en moeten terug ingelijfd worden. Ieper en Gent geloven vermoedelijk hun eigen oren niet als ze de plannen van Lodewijk te horen krijgen.

Hij wil zich eerst en vooral verzoenen met Edward III die het liefst zou optreden als bemiddelaar voor de opstandige steden. De graaf stuurt zijn neef Hendrik van Vlaanderen met een delegatie naar Engeland. De Franse koning maakt geen bezwaar tegen de demarche van de Vlaming en laat Lodewijk zijn spel spelen. Edward III ontvangt de Vlaamse gezanten zoals het hoort en kiest de stad Duinkerke om er een dag over een mogelijke vrede te onderhandelen. De graaf van Lancaster krijgt voldoende volmachten om in zijn plaats te negotiëren. Van Vlaamse zijde zal de graaf via zijn afgevaardigden Hendrik van Vlaanderen en Zegher van Edingen een delegatie van de drie goede Vlaamse steden bijstaan. Voor Brugge zien we Jaek Metteneye aan de onderhandelingstafel.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *