web analytics

Anno 1070. Richilde wordt stouter met de dag

37
banner

Robrecht de Fries reageert furieus op dat nieuws en eist het zeggenschap over Vlaanderen op. Richilde reageert laconiek op zijn dreigementen. Als het nodig is zullen de wapens moeten beslissen als hij dat tenminste durft te wagen. Robrecht zweert van zich te wreken maar kent in Holland zodanig veel problemen dat hij daar onmogelijk kan vertrekken en dus moet hij zijn hoogmoedige schoonzuster noodgedwongen haar gang laten gaan. Deze boosaardige Richilde is van niemand bang en wordt stouter met de dag. Ze profiteert van Robrechts afwezigheid om met een grote krijgsmacht al zijn heerlijkheden en gebieden aan te tasten.

Ze neemt eerst het graafschap Aalst in, dan de Vier-Ambachten en tenslotte verovert ze de Zeeuwse eilanden. Daarna keert ze als een opgeblazen kikker naar Vlaanderen terug. De manier waarop ze het land bestuurt slaat werkelijk alles. Bij elke beslissing bewijst ze dat er absoluut geen Vlaams bloed door haar aderen stroomt. Ze verricht alles in haar eigen naam en zet haar eigen zoon Arnulf helemaal buitenspel.

De kroniekschrijvers vertellen dat ze er een dode schaduw van maakt. Ze gooit alle Vlamingen uit haar adviesraad en luistert enkel nog naar haar twee adviseurs, de Franse barons de Mailly en de Coucy die natuurlijk niet de minste voeling hebben met de inwoners van Vlaanderen. Richilde is zo vermetel en verwaand dat ze veel hooggeplaatste ambtenaren van hun functies berooft en door eigen pionnen vervangt, lieden die daar niet eens bekwaam toe zijn. Het volk moet ondertussen al ongehoorde belastingen betalen. Zo bijvoorbeeld op de levensmiddelen. Op elk bed waar in Vlaanderen op geslapen wordt eist ze bijvoorbeeld vier ponden.

De liquidatie van zestig Ieperse notabelen
De reactie van de mensen kan onmogelijk lang uitblijven. Deugdzame en rechtvaardige ambtenaren die niet willen instemmen met haar maatregelen ondergaan een wrede behandeling en worden zonder enige genade met de dood bestraft. Zo worden de wethouders en de voornaamste notabelen van Oudenaarde op bevel van Richilde met het zwaard onthoofd. Jan van Gavere, de hoogbaljuw van Ieper ondergaat hetzelfde lot. De zelfverklaarde gravin eist dat de Ieperse wethouders zich bij haar in Oudenaarde moeten komen verontschuldigen voor alles wat ze over hen gehoord heeft.

Ze krijgt als antwoord dat het niet de gewoonte is dat wethouders zich buiten hun eigen kasselrij moeten begeven om dergelijke verklaringen af te leggen. Een antwoord dat deze Richilde nog kwader maakt. De feeks vindt er niets beter op dan met veel krijgsvolk en met haar zoon Arnulf als kapitein naar Mesen te vertrekken. De nacht van hun aankomst krijgt de plaats het hard te verduren. Alleen al om het feit dat de mensen haar naar eigen zeggen niet waardig genoeg ontvangen steekt ze hier dan maar alles in brand. De volgende morgen zet ze haar weg voort naar Ieper. De wethouders en de voornaamste notabelen willen niet diezelfde fout maken als hun Mesense collega’s en sturen zestig prominente inwoners tot buiten de stad om de ‘gravin’ alle eer te bewijzen en haar de sleutels van de stad te overhandigen.

Maar ze zijn amper bij haar gearriveerd en hebben nauwelijks hun eerbetoon afgestoken als Richilde hen laat vastgrijpen en onthoofden. Als ik in mijn kronieken mag spreken over een zwarte bladzijde voor Ieper, dan zal het wel deze ongehoord criminele daad zijn. Richilde doet nu niet eens meer de moeite om nog verder naar Ieper te reizen en keer netjes terug van waar ze gekomen is. De maat lijkt nu toch wel vol voor de Vlamingen. Deze madam verdient geen gehoorzaamheid en geen respect. Daarvoor is ze veel te boosaardig. Oproer kan de enige valabele reactie zijn om het zelfrespect van de Vlamingen enigszins gestand te houden.

De Bruggelingen, Gentenaars en de Ieperlingen werpen het juk van gehoorzaamheid af. Ze sturen een brief naar Robrecht de Fries waarin ze hem omstandig op de hoogte brengen van de wrede dwingelandij van Richilde en dat ze inmiddels al heel zijn land bezet houdt. Die haast zich om met een wapenstilstand van een jaar een voorlopig einde te stellen aan zijn oorlog tegen de Friezen en snelt nu eindelijk de Vlamingen ter hulp. Hij krijgt alvast 4.000 Engelse soldaten ter beschikking van zijn zwager, de koning van Engeland. Hij belooft de mannen al van bij hun aankomst in Brugge een voorschot van vier maanden op hun soldij. Maar ondanks dat geld weigeren de Engelsen hun eed van trouw af te leggen aan Robrecht.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *