web analytics

September 1475: de winter staat voor de deur

53
banner

Karel de Stoute heeft de rust met Frankrijk hersteld en kan zich nu opnieuw toespitsen op zijn oorlog in Lorreinen. Hij kampt wel met een schrijnend gebrek aan financiële middelen om zijn soldaten te betalen voor het beleg van Neuss. De hertog stuurt kanselier Hugonet naar Gent. Die roept de Staten van Vlaanderen, Brabant, Henegouwen en nog andere provincies bijeen om er te pleiten voor een extra belasting. Een zesde penning op eenieders inkomen.

De 16% extra belasting wordt eenstemmig geweigerd als zijnde een onredelijke taxatie. Karel moet een alternatieve taks voorstellen. De gesprekken lopen af op dreigementen van de hertog. Het is niet van willen maar van moeten. Uiteindelijk zullen de Leden van Vlaanderen hem 28.000 gouden kronen in cash geld betalen en beloven ze Karel om de volgende drie jaar telkens met 100.000 kronen over de brug te komen.

Geld dat zal komen van taksen op het graan en een golf van verontwaardiging veroorzaakt bij de burgers van het land. September 1475. Met de winter voor de deur vertrekt Karel met zijn leger naar Luxemburg dat nog altijd deels door de Zwitsers en die van Lorreinen bezet is. Hij slaagt er vrij gemakkelijk in om ze te verdrijven en zet dan zijn weg verder. Eigenlijk zou ik die streek moeten omschrijven als Lotharingen, de streek van Verdun, Metz en de Vogezen. Het duurt niet zo lang vooraleer de hertog ook daar enkele steden verovert. Zijn tegenstanders slaan op de vlucht en moeten dit keer niet rekenen op hulp van de Franse koning. Karel rukt ondertussen verder op naar Nancy, een stad die hij in de tang neemt. Tegen die tijd neemt Lodewijk XI contact op met de hertog.

Zijn dissidente connestabel (de graaf van Saint-Pol) heeft met hem gebroken en asiel gezocht in Henegouwen. Hij stelt Karel de Stoute voor de keuze; ofwel deze graaf van Saint-Pol een hem uitleveren ofwel zal Lodewijk die van Lorreinen in Nancy steunen en mag de hertog van Bourgondië het daar vergeten. Karel aarzelt om deze bevriende graaf uit leveren maar anderzijds vreest hij om Nancy deze winter niet te kunnen innemen. Hij geeft op 10 november tenslotte de opdracht om de graaf van Saint-Pol te arresteren en naar Péronne te vervoeren om er in het kasteel te verblijven zodat hij tenminste over zijn lot zal kunnen beslissen. Indien hij alsnog Nancy verovert zou hij dan deze graaf niet hoeven uit te leveren aan de Fransman.

De graaf van Saint-Pol betaalt de rekening
De Franse koning beschouwt deze verhuis naar Péronne als een vijandige actie en voert nu zijn dreigement effectief uit. Een Franse krijgsmacht komt ter hulp te Nancy dat het zeker niet lang meer zou uithouden. Op 29 november 1475 geeft Karel de opdracht aan zijn rechterhanden Hugonet en Humbercourt om alsnog de graaf van Saint-Pol naar Parijs te voeren. Nog diezelfde dag geeft Nancy zich over omdat de inwoners hier niet meer op de Fransen hoeven te rekenen. Zuivere chantage heeft hen de das om gedaan. De uitgeleverde connestabel verblijft ondertussen al in de Bastille. Een maand later zal hij op het schavot onthoofd worden. Een zware smet op het blazoen van Karel de Stoute waar zowat overal schamper op gereageerd wordt. Deze stoutmoedige graaf blijkt nu ook nog een vuile lafaard te zijn. Dat hij daardoor gemakkelijk orde op zaken kon stellen in Lotharingen is achteraf maar een bijzaak.

Nu resten er alleen nog maar de Zwitsers voor een verbitterde hertog. Sinds hun verdrag met Frankrijk en Oostenrijk zijn de bergbewoners nog niet opgehouden met hun verwoestende raids in Bourgondië. Het ziet er trouwens helemaal niet goed uit voor de Zwitsers die nu door iedereen verlaten zijn en het nu alleen moet opnemen tegen deze ontzaglijke vijand. Diverse pogingen van hun gezanten om alsnog tot een vredesverdrag te komen stuiten op de pertinente onwil van Karel de Stoute. Hij is ervan overtuigd om met gemak deze zwakke vijand uit te weg te kunnen ruimen. De kroniekschrijvers uiten hun verbazing dat Karel hun feitelijke overgave niet accepteert om alsnog te gaan vechten.

Daar heeft de smadelijke belediging van de keizer in Duitsland blijkbaar alles mee te maken. Karel is dezelfde man niet meer als voorheen en weigert nog te luisteren naar zijn eigen adviseurs. Zelfs de Franse koning uit zijn twijfels over de ellende die Karel zich op de hals haalt door de Zwitsers te willen bevechten. Er lopen zelfs geruchten dat de onderhandelingen tussen de Zwitsers en de afgevaardigden van Karel gebruikt werden om hen van extra Franse middelen te voorzien. Uiteindelijk wil Lodewijk XI maar één ding: de ondergang van deze hertog van Bourgondië.

De chroniqueurs hebben er een vette kluif aan
Een omvangrijk leger van opnieuw 40.000 soldaten vertrekt in het hartje van de winter 1475-1476 vanuit Bourgondië naar Zwitserland. Karel beschikt zonder twijfel over de schoonste artillerie van zijn tijd. Maar in plaats van zich met zijn krijgstuig te vergenoegen voert hij zodanig veel bagage met zich mee dat het er wel op lijkt dat hij naar een groot feest trekt. Wat die allemaal met zich meesleurt grenst aan het waanzinnige. De chroniqueurs hebben zo hun commentaren. Ze schrijven over zijn rijkdommen, zijn kapel, zijn juwelen, zijn schoonste wapentuigen, zijn zilveren en gouden tafelgerief. Alles sleurt hij mee naar deze oorlog. Op 19 februari 1476 verschijnt zijn leger voor de stad Grandson aan het meer van Neuchâtel.

Nog geen 10 dagen later is hij meester van het kasteel. Het garnizoen ter plekke geeft zich over op voorwaarde van de bezetters ervan in leven te houden. Zeer tegen zijn gewoonte in breekt hij zijn woord. Hij laat alle soldaten die ze in het kasteel aantreffen zonder pardon om het leven brengen. Dat is nu de man waar de Vlamingen voor gebeden hebben en processies voor lieten rondgaan. Deze trouweloze en wrede daad zal wel een einde maken aan zijn reeks van krijgsoverwinningen. Zijn crapuleuze daad maakt de Zwitsers ongelooflijk kwaad en bitter. Het codewoord is voortaan ‘revanche’.

Tegen dit ontzaglijk leger kunnen ze moeilijk winnen, maar dat kan hen niet schelen. Ze zweren dat ze deze Bourgondische vijand van hun grondgebied zullen verdrijven. Al moeten ze daarvoor met zijn allen sterven. Ze mobiliseren inderhaast een leger van 20.000 mannen en rukken op naar Grandson om slag te leveren tegen deze barbaarse idioot. Zijn denigrerende houding dat hij zelfs niet wil antwoorden op de Zwitserse vraag waar er zal gevochten worden (hij zal dat zelf wel bepalen) zorgt voor nog meer woede bij zijn vijanden. Karel de Stoute schijnt deze groep ‘boeren’ als het ware te verachten, verlaat zijn veilige legerplaats en gaat hen tussen twee bergpassen tegemoet.

‘Hij denkt om er lammeren te vinden’, schrijven de kroniekschrijvers… ‘Maar hij heeft de pech om er leeuwen aan te treffen.’ De Zwitsers zijn inderdaad getergde leeuwen. Ze vallen met een vreselijk geweld op de voorhoede van het Bourgondisch leger die ze helemaal in mootjes hakken. De ruiters van Karel hebben het door een gebrek aan ruimte heel moeilijk, de schrik bij zijn voetvolk zit er diep in. Zijn veldoversten slagen er niet eens in om hun mensen in de juiste slagorde op te stellen. Enfin: de nederlaag is compleet, Karel de Stoute verliest dit gevecht en heel zijn compagnie. 2.000 van zijn mannen sneuvelen. De hertog mag al gelukkig zijn dat hij er zelf tijdig weg geraakt, maar zijn zilver- en goudwinkel moet hij achterlaten. Wat een onvoorstelbare buit voor deze Zwitsers!

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *