web analytics

Anno 1340. Strijd op de Noordzee

49
banner

De Franse koning heeft diep in zijn schatkist moeten grabbelen om een Genuese oorlogsvloot te huren en met deze schepen start hij nu een campagne om de Noordzee tussen Vlaanderen en Engeland te destabiliseren. De Italianen beginnen aan een resem van plundertochten langs de Engelse en de Vlaamse kusten. Deze acties gebeuren in afwachting van de komst van de Engelse armada. Filips van Valois wil daar tijdig op anticiperen en verenigt zijn eigen vloot. Maar liefst 35.000 zeelieden onder de leiding van de prominente edelen Hugo Quiéret, Nicolas Béhuchet en Pierre Flotte. 30 Genuese galeien gehoorzamen aan de bevelen van de Italiaanse roverhoofdman Barbavara. En surplus wachten er nog 140 oorlogsschepen voor de havens van Calais en Normandië. Kleine en grote schepen, samengeteld meer dan 800 zeilen.

8 juni 1340. Die te duchten Franse vloot meldt zich aan voor de haven van Sluis. Nicolas Béhuchet posteert een groot deel van zijn mannen op het eiland van Cadzand waar ze al de woningen in brand steken en de landbouwers om het leven brengen. De burgerij van Brugge, onder het bevel van Jan Breydel en Jan Schynckele komt maar net op tijd om bij te springen in Sluis. In de verte kunnen ze de brandende puinhopen van Cadzand gadeslaan terwijl de Fransen daar hun schepen met ijzeren kettingen verankeren en zo de doorgang van het Zwin onmogelijk maken. De koning van Engeland mag zich bij zijn aankomst aan een warm onthaal verwachten.

22 juni 1340. De Engelsen weten al sinds 10 juni wat hen in Cadzand te wachten staat. De afvaart die gepland stond voor 12 juni verhuist naar 22 juni. De tijd die nodig was om de vloot uit te breiden. Edward III aarzelt niet. Hij heeft beloofd dat hij naar Vlaanderen zal komen en zijn beloftes aan Artevelde na te komen. In de vroege morgen van de 23ste zien de Engelsen al het silhouet van de Vlaamse kust opdoemen. De schepen blijven even ter plekke terwijl Reinald van Cobham en enkele andere ridders te Blankenberge aan land gaan om via de duinen de situatie ter plekke te verkennen. Ze ontdekken aan de weilanden van Sinte-Anna de Franse vloot die zich in slagorde geschaard heeft tussen de twee zeearmen van het Zwin. Cobbard komt er eveneens in contact met de Vlaamse gezagsdragers die de Engelsen binnen de 24 uur de bijstand van 200 eigen schepen beloven. Edward III heeft eerder beslist om de hele vloot vlak voor de zonsopgang van 24 juni voor het Blankenbergse strand in positie te brengen. Het is laag tij en dus voorlopig niet mogelijk om het Zwin binnen te varen, vooral nu de wind plots gedraaid is.

Barbavera ziet de bui al hangen
Tussen de Fransen en de Genuezen woekert er ondertussen een grondig meningsverschil rond de positie van de Franse vloot. De bekwame vlootleider Barbavera vindt de locatie best riskant voor de Fransen, hun schepen hebben onvoldoende plaats om te draaien en te keren en hij drukt hen op het hart dat ze hun posities beter zouden innemen voor de inham en in volle zee in plaats van zichzelf daar zo op te sluiten. Béhuchet veegt het advies aan zijn laarzen waarop Barbavera de bui al ziet hangen en zich terugtrekt. Wanneer de Fransen het advies van een doorgewinterde specialist naast zich neerleggen dan vragen ze inderdaad om problemen. De Genuezen kiezen hun posities wel degelijk op volle zee.

De chauvinistische Fransen moeten nu maar hun eigen boontjes doppen. Het duurt niet eens lang voor de Engelse vloot komt aanzeilen. Het is haast middag als de zeeslag losbarst. Edward III heeft nog een eitje te pellen met die van Genua. Barbavera munt uit door zijn dapperheid en opent de slag met de verovering van het schip waar Edward III met zijn mannen meevecht. Daarbij krijgt de koning een pijl in de bil, maar hij vecht stoer verder. De Engelsen slagen erin om de scheve situatie recht te zetten. Met dank aan de onverschrokken inzet van mannen als Robrecht van Artesië, Hendrik van Vlaanderen en Walter van Mauny. De Engelse overmacht is zo groot dat Barbavera zijn vloot noodgedwongen moet terugtrekken.

De verwoesting van de Franse vloot
In het Zwin zelf wachten de Fransen met ongeduld om de confrontatie met de Engelse vijand aan te gaan. Terwijl het opkomende getijde de Engelsen naar hen toe brengt maken de Fransen zich nog vrolijk om de nederlaag van die zogezegde specialist Barbavera. Vooral Béhuchet bezondigt zich hieraan. Hij zal nu zelf de eer van de overwinning kunnen opstrijken. Met vier keer meer strijders en een veel grotere vloot aan Franse kant zou dat wel moeten lukken. Hij laat de kettingen breken die hen al een hele tijd in slagorde hielden. De tijd voor een echte confrontatie met de Engelsen is eindelijk aangebroken. Het wordt een verschrikkelijke en uiterst bloederige clash. De Fransen blijken al direct heel onhandige manoeuvres met hun schepen uit te voeren.

Barbavera krijgt al direct gelijk, de te kleine ruimte zorgt voor een totaal gebrek aan flexibiliteit en draaikracht. De Engelsen openen met het veroveren van twee grote schepen die ooit nog aan hen hebben toebehoord, volgestouwd met wol bestemd voor Vlaanderen. De bemanning probeert zich te redden door naar het strand te vluchten maar wordt er genadeloos vermoord door de Vlaamse gemeentetroepen die van alle kanten naar Sluis gekomen zijn om de Engelsen te steunen. De Brugse gezagsdragers komen trouwens hun afspraak na om 200 schepen mee in de strijd te gooien. Het is de voorbije nacht een drukte vanjewelste geweest in Brugge.

Terwijl de Fransen hun handen vol hebben met de Engelse aanvallen horen ze nu plots overal het geluid van de Vlaamse blaashoorns opdoemen. Sommige vaartuigen zijn via de binnenwateren uit Brugge gekomen, andere verschijnen uit de haven van Sluis zelf of uit naburige baaien. Het is uiteindelijk de assistentie van de schepen van Artevelde die beslist over de nederlaag van de Fransen. Nicolas Béhuchet, in feite de schatbewaarder van de Franse koning valt in vijandelijke handen. Als revanche voor de baldadigheden die zijn mannen hebben aangericht tijdens de verwoesting van Cadzand wordt de betweter nu opgeknoopt aan de mast van zijn eigen schip. Zijn collega Hugo Quiéret overleeft de zeeslag evenmin. De hele Franse vloot is verwoest, de zee kleurt rood van het bloed van 30.000 afgemaakte Fransen.

De Franse historici beweren achteraf dat er ‘maar’ 10.000 waren. De waarheid moet ergens in het midden liggen, hoe dan ook een verschrikkelijke realiteit die Filips van Valois onder ogen moet zien. De winnaars blijven de daaropvolgende nacht op hun schepen. Door de verwonding van de koning kan hij zijn schip niet verlaten en het is de koningin die vanuit Gent naar Sluis komt om haar man geluk te wensen met zijn overwinning. Ze wordt daarbij begeleid door Thomas van Vaernewyck en Jan Uutenhove.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *