web analytics

Februari 1488. Terechtstellingen in Brugge

81
banner

22 februari 1488. De gevangen edellieden van de Roomse koning verhuizen naar Gent. Alleen de heer van Dudzele blijft hier. Brugge en Gent hebben duidelijk afgesproken dat ze hen geen leed mogen berokkenen en dat ze op het minste verzoek van het Brugse gemeen moeten terugkeren. Het lijken me gevaarlijke afspraken. Een eerste Duitse reactie volgt wanneer Guillebert D’homme, de gewezen schepen van het Brugse Vrije met enkele Duitsers binnenvalt in het kasteel van Middelburg. Twee dagen later maken de Bruggelingen dat ongedaan. Antonius Van Nieuwenhove en 400 Bruggelingen gaan er met enkele stukken artillerie naartoe en veroveren het kasteel stormenderhand.

Kapitein D’homme komt wat later als gevangene toe in Brugge. Op diezelfde 24ste februari van 1488 brengt kapitein Jan Coppenolle de goede tijding dat er in Gent een vredesverdrag afgesproken werd tussen Frankrijk en Vlaanderen. Het is nieuws dat zorgt voor een algemene vreugde in de stad. Jan Van Nieuwenhove, Jooris Ghyselin, Victor Huygens, Pieter Daris en Jan Vander Brugge verschijnen voor de vierschaar. Eerstgenoemde hoort zijn doodsvonnis bevestigd, de rest lijkt er vanaf te komen met een grote geldboete. De hoofdmannen, dekens en afgevaardigden die deze vonnissen moeten bekrachtigen zijn het daarmee niet eens. Jooris Ghyselin, Victor Huygens en Pieter Daris moeten ook ter dood gebracht worden.

Voor wat betreft de effectieve uitvoering van de doodstraffen stelt er zich toch wel een vervelend probleem. Vanuit het raam van huize Cranenburg kan Maximiliaan alles gadeslaan wat er zich op de markt afspeelt. Veel Bruggelingen leven met de vrees dat hij hen op dezelfde manier zal behandelen eens hij terug op vrije voeten zal komen. Het is dus beter dat hij deze executies niet kan zien. Dat is dan ook de reden waarom de koning moet verhuizen naar de woning van Filips van Kleef-Ravenstein, niet zo ver van de Ezelsbrug. De verhuis op 28 februari gaat op een heel erg hoffelijke manier door onder het mum van een veel betere en aangenamere woning in afwachting van een overeenkomst tussen hemzelf en Vlaanderen.

Hij krijgt op zijn smeekbede trouwens 18 mannen om hem in zijn nieuwe woning te bedienen en nog maar eens de garantie dat ze hem nooit naar Gent zullen voeren of hem lichamelijk iets aan te doen. Koning Maximiliaan krijgt voortaan een lijfwacht van 36 mannen die hem dag en nacht zullen bewaken. 16 Gentenaars, 12 Bruggelingen en 8 Ieperlingen.

De schrikkeldag is er te veel aan
29 februari 1488. De schrikkeldag is er te veel aan voor de veroordeelden. Hun onthoofding gaat nu door op het schavot op de Brugse markt. Het leven van Guillebert D’homme, Jan Van Nieuwenhove, Victor Huygens, Pieter Daris en Jooris Ghyselin eindigt hier. Jan Vander Brugge, de dienstknecht van Lanchals krijgt de vrijheid, op verzoek van enkele goedwillige Bruggelingen. Twee pogingen van de Gentenaars om zich in die dagen meester te maken van Hulst stoten telkens op het Duits garnizoen ter plekke, ze worden daar met veel verlies van volk terug gedreven. Na de terechtstellingen beginnen die van Brugge aan een intensieve controle van de stadsrekeningen.

Ze vinden er zoveel misbruiken dat er niet veel anders opzit om nog andere wethouders voor de rechtbank te dagen. Tijdens die eerste week van maart komt er ook een wijziging van het stadsbestuur in Ieper. In Brugge ontvangen ze een brief, opgesteld door de Duitse keurvorsten. De tekst ervan wordt voor de hele gemeente voorgelezen: Brugge zal zich moeten verantwoorden voor de manier waarop ze zijn koning behandelde en mag zich verwachten aan een identiek lot als dat van Maximiliaan. De Gentenaars eisen ondertussen de aanhouding van hun stadsgenoot Matthijs Speyaert die zich in Brugge ophoudt. De aanhouding gebeurt daadwerkelijk op 4 maart 1488. Twee dagen later hakken ze in Gent deze landverrader genadeloos in vier stukken. Toeval of niet maar diezelfde dag slaan ze hier vier munten met de beeltenis van de jonge graaf Filips.

Naast de brief uit Duitsland probeert Filips de Schone nu ook iets te doen aan de gevangenschap van zijn vader. Hij roept de Staten van Brabant en Henegouwen bijeen te Mechelen om te beraadslagen hoe ze Maximiliaan uit deze situatie kunnen redden. De druk op Brugge en Gent stijgt en daar had ik me wel aan verwacht. De afgevaardigden in Mechelen beloven hun bijstand aan Filips en sturen gezanten naar Brugge en Gent met het verzoek om de Roomse koning vrij te laten. Waar ze natuurlijk niet op in gaan, de opstand duurt onverminderd voort terwijl de wacht op Maximiliaan nog uitgebreid wordt. Op 14 maart volgt de decapitatie van Jacob D’heere, de kapitein van Hulst.

Hetzelfde lot wacht voor pensionaris Nicolaas van Delft, de man krijgt echter alsnog genade. De drie Leden van Vlaanderen hernieuwen hier op de grote markt hun onderling verbond. Een deel wethouders kan onder ede en op borgtocht vrijkomen. Het verveelt de rebelse Bruggelingen dat de voortvluchtige Pieter Lanchals nog altijd niet opgepakt is. Wie kan tippen waar de man zich bevindt zal voor de rest van zijn leven een jaarlijkse lijfrente van 6 pond krijgen. Een leuke ‘Win for Life’. Wie ze echter betrappen met Lanchals in huis zal aan de voordeur van zijn woning opgeknoopt worden. Deze extra maatregelen leveren succes op, en natuurlijk pech voor Pieter Lanchals. Ze treffen de man aan in het huis van mutsenmaker en raadsheer Jan Vanden Keere, in de Karmelietenstraat.

Ze belanden beiden in het Steen. De gewezen schout arriveert later op de markt en zal er een serenade van verwensingen aan zijn adres mogen aanhoren. Hijzelf beweert onschuldig te zijn en dat hij dat gerust kan bewijzen tegenover verstandige mensen die hij …. spijtig genoeg niet aantreft in Brugge. Lanchals heeft het nu helemaal verkorven.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *