web analytics

1085. Vendetta in de zuiverste zin van het woord

43
banner

In het jaar 1079 sterft gravin Adela, de moeder van Robrecht de Fries in haar klooster te Mesen. Ze krijgt uit dankbaarheid voor haar inzet een kostelijke grafstede. Drie jaar later weigert Boudewijn van Henegouwen te trouwen met een dochter van de graaf van Vlaanderen en zit het er nog maar eens bovenarms op tussen beiden. De gebroken vrede veroorzaakt de nodige schade in Vlaanderen. Boudewijn van Henegouwen heeft bij ons nog altijd de nodige aanhang bij de betere klasse. De adel om die bij naam te noemen. Robrecht wreekt zich op die dissidenten door hen te verbannen en hun goederen te confisqueren.

En soms laat hij zijn tegenstanders gewoonweg liquideren. Domme reacties die natuurlijk zorgen voor de nodige oproer, allerhande moordpartijen, strooppartijen, vendetta in de zuiverste betekenis van het woord. De ene stad vecht tegen de andere stad. De markten en de handel ruimen plaats voor wraakoefeningen. De ene burger neemt het op tegen de andere, plaatsen zonder wapens en ruzie zijn schaars te vinden, het regent letterlijk aanslagen.

Onder het gros van al de Vlamingen zijn vooral die van Gistel de hardnekkigste en berucht om hun ontelbare boosheden. Een aantal gematigde figuren met onder hen hun aanvoerder Gedericus probeert de vrede te prediken. Ze krijgen de steun van de bisschop van Keulen en vooral het advies om veel boete te doen en een sober leven te leiden om vergiffenis af te smeken voor het boze Vlaanderen. In de wildernis van Affligem tussen Brussel en Aalst bouwen de mannen een hut die mettertijd zal uitgroeien tot de abdij van Affligem. De onlusten in Vlaanderen zijn ondertussen ook al ter ore gekomen van paus Gregorius VII die de oorzaak van de gepleegde wreedheden in de schoenen van Robrecht de Fries schuift.

De graaf van Vlaanderen krijgt nu zoveel druk vanuit katholieke hoek dat hij enige tijd later niet veel meer zal kunnen dan te dimmen. Arnoldus, de intelligente bisschop van Soissons doet de graaf inbinden. Die harde toon en die ruzie met zijn neef moeten volgens hem onmiddellijk stoppen. Hoe hij het arrangeert kom ik niet echt te weten. Het is in elk geval een feit dat Robrecht en Boudewijn dan toch maar de strijdbijl begraven. Dat gebeurt in het jaar 1085.

Op bedevaart naar het heilig land
Er breken nu toch eindelijk betere tijden aan. In datzelfde 1085 laat Robrecht in Aalst gouden en zilveren munten slaan met de afbeelding van zijn wapenschild. Hij zorgt daarbij voor een primeur in Vlaanderen. Rond die tijd bouwt men aan het vermaard kasteel van Wijnendale dat voorzien wordt van een mooi en ruim park. Bisschop Arnoldus zorgt voor wat hem betreft voor een nieuwe klooster in Oudenburg. Robrecht steunt deze godsvruchtige onderneming en zegt toe dat zijn eigen kamerheer Conon en diens echtgenote Hasecca de instelling zullen leiden.

Het moet gezegd worden dat deze bisschop Arnoldus werkelijk een verademing is na die duivelse periode van onlusten. Het fenomeen van de bedevaarten naar het heilig land steekt beetje bij beetje de kop op en infecteert graaf Robrecht de Fries om het ook eens mee te maken. Er eerst met de botte bijl doorgaan om dan achteraf te gaan vezelen om vergeving in de hoop dat zijn God het niet zal opgemerkt hebben. En of hij eventueel niet bereid zou zijn om de spons over zijn baldadigheden te vegen. Ik heb er mijn bedenkingen bij en sta niet alleen met die mening. Kanunnik David schrijft het in 1888 ook al in zijn ‘Vaderlandsche Geschiedenis’.

Robrecht was beter thuisgebleven om het werk van bisschop Arnoldus te handhaven. Maar ja; hij liet zich meeslepen door de algemene zucht die toen heerste bij de Europese vorsten en hun onderdanen om naar het oosten te trekken. Aanvankelijk waren die bedevaarten het werk van echte christenen om boete te doen voor hun misdaden door het graaf van Jezus te bezoeken. Maar de voorbije honderd jaar is die boetetocht een hype geworden, een beetje zoals ‘Tomorrowland’ of het zich wagen aan parachutespringen om toch maar de ‘bucketlist van to do’s’ te vervolledigen. Terwijl de arme luizen deze tocht naar Jeruzalem bedelend afleggen, doen de grote heren dat met een uitgebreid gevolg doorspekt van een in het oog springende praal en luxe en begeleid door een talrijk gevolg. Van kruistochten kan ik op dat moment nog niet spreken, hoewel die niet lang meer op zich zullen laten wachten.

Graaf Robrecht vertrekt in 1086 naar Syrië in het gezelschap van Boudewijn de burggraaf van Gent, Boldran, de erfachtige kastelein van Brugge, Valnier van Kortrijk, Bosschaart van Komen, Geerard van Rijsel, Gratiaan van Eeklo, Herman van Zomergem, Ideus van Lillers, Joseram van Knesselare en met wel meer andere edellieden uit Vlaanderen, Artesië, Vermandois, Holland en Friesland. Nog voor zijn vertrek laat hij zijn zoon Robrecht II erkennen als graaf van Vlaanderen en belast hij zijn opvolger om het bestuur van zijn landen tijdens zijn afwezigheid waar te nemen. Kort na zijn vertrek sterft gravin Richilde in het stadje Mesen waar ze inmiddels toegetreden was in het klooster. De hovaardige vrouw heeft tijdens de laatste jaren van haar leven een werkelijke metamorfose doorgemaakt waarbij een mens zich de vraag kan stellen of het werkelijk dit zachtmoedig en boetvaardig vrouwtje was dat ooit de hoofden van de Vlamingen per dozijn liet afslaan.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *