web analytics

1056. Vlaams en Waals Vlaanderen

74
banner

1056. Er komt een kentering in de oorlogsperikelen met de dood van keizer Hendrik III. Zijn 6-jarige zoon komt officieel op de troon ondersteund door zijn moeder Agnes van Poitou als regentes. Moeder en zoon zullen hun positie maar een jaar vasthouden en daarna zullen ze door een bende opstandige edelen verjaagd worden. Dat ene jaar is echter voldoende om vrede te brengen in Lotharingen en Vlaanderen.

Onder de impuls van paus Victor II en met de nodige druk van de Franse koning komt er een einde aan deze ongelukkige oorlog. De voorwaarden van het in Keulen ondertekende vredesverdrag zijn best voordelig voor graaf Boudewijn V. Vlaanderen krijgt er het graafschap Ename of Aalst bij wat betrekking heeft op al de landen tussen de Schelde en de Dender. Met daarbij het Land van Waas en de vijf Zeeuwse eilanden Walcheren, Schouwen, Zuid-Beveland, Noord-Beveland en Borsele. De graaf krijgt eveneens het kasteel van Gent en het land van de Vier-Ambachten als officieel leengebied. Belangrijk is ook dat paus Victor II nu eindelijk dat huwelijk tussen Richilde en Boudewijn van Bergen goedkeurt.

De streek van Doornik verhuist nu definitief naar Henegouwen en zal bestuurd worden door Boudewijn van Bergen. Godfried II van Lotharingen zal na de dood van Frederik van Luxemburg opnieuw hertog van Lotharingen kunnen worden. Het verdrag van Keulen uit 1057 zorgt voor een tijdperk van vrede. Vlaanderen gaat er nu met reuzenschreden op vooruit. Boudewijn schenkt verscheidene privileges aan de burgers. Voorrechten die alleen maar de welvaart ten goede komen. De Vlaamse steden krijgen hun eigen besturen zoals dat eerder al gebeurde in Brugge. Het gaat over erfelijke schependommen die alleen maar rekenschap aan hun eigen poorters moeten afleggen.

De macht en de willekeur van de edelen worden aan banden gelegd. Versterkte huizen of kastelen kunnen er pas komen na voorafgaande goedkeuring door de graaf en wie het waagt om zijn buur aan te vallen mag rekenen op strenge straffen. De ‘eerlijke vrede’ legt zowel de rechten als de plichten van de leenheren, de edelen als die van de burgers vast. Zowel adel als burgerij krijgt de verplichting om in tijden van oorlog strijders ter beschikking te stellen om de banieren van de graaf te volgen.

Ze krijgen wel het recht om na bepaalde tijd naar hun haardsteden terug te keren als het gaat om buitenlandse missies. De inkomsten van de graaf genereert hij in zijn eigen domeinen, maar eveneens met invoer- en doorvoerrechten die in de koophandel als ‘tollen’ omschreven staan. De graaf stelt paal en perk aan de willekeur van zijn ambtenaren en draagt er zorg voor dat de rechtspraak streng gehandhaafd blijft. Zo bepaalt hij dat een beschuldigde, wie dan ook, niet vervolgd mag worden als twaalf van zijn standgenoten of gelijken hem of haar als onschuldig beschouwen.

Vlaams en Waals Vlaanderen
Vlaanderen valt nu hoofdzakelijk te onderscheiden in twee delen. Eerst heb je ‘Vlaanderen onder de Kroon’, het leengebied van Frankrijk en daarbij heb je ‘Vlaanderen onder het Rijk’, dat afhangt van het Duitse rijk. Later zullen de graven nog extra gebieden verwerven die men dan zal catalogeren als ‘allodiaal Vlaanderen’. Vlaanderen onder de Kroon (het feitelijke graafschap) bestaat uit twee ongelijke delen met de Leie als tussengrens. Aan de linkerzijde vinden we Vlaams Vlaanderen omdat de Nederduitse taal hier dominant is. Aan de rechterkant van de rivier komen we in Waals Vlaanderen waar een soort primitief Frans als voertaal geldt.

Vlaams Vlaanderen zal op termijn ingedeeld worden in negen kasselrijen met daarbij nog het Vrije van Brugge. De kasselrijen van Gent, Oudenaarde, Kortrijk, Ieper, Belle, Cassel, Broekburg, Sint-Winoksbergen en Veurne. Het Vrije telt zestien steden en een menigte van dorpen. Waals Vlaanderen bezit maar drie kasselrijen. Die van Rijsel is de grootste en dan heb je nog die van Douai en van Orchies. Rijks Vlaanderen ligt aan de overzijde van de Schelde. Ik heb het over de Vier-Ambachten, het Land van Waas en dat van Aalst. Allodiaal Vlaanderen is een vrije eigendom van de graaf. Hij is voor dat land aan niemand iets verschuldigd. Daar vallen de heerlijkheid van Dendermonde en het land van Bornem onder.

Graaf Boudewijn regelt het dat zijn dochter Mathilde in 1056 trouwt met Willem van Normandië die hij nu ook systematisch helpt bij zijn verovering van Engeland. Zijn schoonzoon zal in de geschiedenisboeken bekend worden als Willem de Veroveraar. Nu moet de graaf alleen nog zorgen voor zijn tweede zoon Robrecht die op dat moment nog altijd vrijgezel is. In 1063 trouwt Robrecht te Oudenaarde met Geertruide van Saksen, de weduwe van Floris I, de graaf van Holland of Friesland.

Vandaar zijn bijnaam ‘Robrecht de Fries’ omdat de gravenzoon nu officieel dienst doet als voogd of ruwaard van Holland. Zijn verwijzing naar Friesland heeft natuurlijk ook veel te maken met het feit dat hij in het begin van zijn bestuur op een hardhandige manier een einde maakt aan een opstand van de Friezen. Deze Robrecht etaleert inderdaad dan al tekenen van heerszucht. Op zich is dat al voldoende reden voor zijn vader de graaf om met het eigen bestuur in Vlaanderen de nodige afspraken te maken zodat het tussen Robrecht en zijn oudere broer niet tot disputen zal komen. Boudewijn VI zal immers na de dood van zijn vader zijn plaats als nieuwe graaf van Kroon-Vlaanderen overnemen.

De jongste zoon mag rekenen op Rijks-Vlaanderen, de Zeeuwse eilanden en een opmerkelijke som geld. Wel te verstaan op voorwaarde dat hij zich zal vergenoegen met zijn gebieden en nooit ofte nimmer overlast zal aandoen aan zijn broer. Robrecht zit nu al in een comfortabele situatie in Holland en stemt toe in het voorstel van zijn vader. Het lijkt er op dat de oude graaf een verstandige deal afsluit. Want uiteindelijk hangt de toekomst van Vlaanderen er in grote mate van af!

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *