web analytics

Anno 1489: Vlaamse nederlaag in Beerst

76
banner

13 juni 1489. De oorlog gaat onverdroten verder. Daniël van Praet verslaat de Vlamingen die te Beerst bij Diksmuide hun kamp houden en neemt daarbij 4 Brugse kapiteinen gevangen. Ze kunnen vrijkomen tegen een rantsoen van 970 ponden. De wethouders betalen deze som zonder verpinken met middelen uit de stadskas zonder hiervoor de toestemming te vragen aan de hoofdmannen en de dekens. Ze zullen er vermoedelijk wel mee wegkomen. Het probleem zet zich wel op scherp als die 4 kapiteinen vreemd genoeg niet naar Brugge terugkeren.

De ambachtslieden zien er verraad in en lopen in de wapens: ze zijn ervan overtuigd dat hun eigen wetsheren en de bewuste kapiteinen overgelopen zijn naar de zijde van de Monetanen. Hun woede groeit nog als ze vernemen dat Daniël van Praet er in geslaagd is om Oostende dankzij verraad in te nemen. Een bloedige oproer bedreigt Brugge, gelukkig krijgt men hier het bericht dat Crevecoeur met een leger van 20.000 Fransen en Zwitsers aangekomen is in Ieper. Van Praet zal nu wel een toontje lager zingen.

Crevecoeur verovert eerst Oostende en begint dan aan zijn belegering van Nieuwpoort. Omdat dit niet zo eenvoudig is, keert hij dan maar terug naar Oostende. Een poging van een andere Franse hertog om Duinkerke in te palmen mislukt eveneens. In principe zou dat geen probleem mogen geweest zijn voor de hertog van Vendome omdat hij nota bene zelf de heer van Duinkerke is, maar de ingezetenen moeten niet van hem weten. Zijn troepen moeten terugkeren vanwaar ze gekomen zijn.

Ze jatten evenwel een tweeduizendtal paarden en koeien van de boeren onderweg. Crevecoeur ziet zijn militaire opdracht plots niet langer zitten, maakt een tussenstop in Ieper met de bedoeling om dan terug te keren naar Frankrijk. ‘Ja maar, uw beloftes houden hé makker!’, zo zal het wel ongeveer klinken bij de Leden van Vlaanderen als die hem daar attent op maken. Maar de Franse bevelhebber stuurt de Vlamingen wandelen met de belofte dat de heer van Vendome met 3.000 mannen naar Brugge zal komen.

De Fransen blijven onbetrouwbaar. Daniël van Praet heeft in opdracht van Maximiliaan al terug de zeggenschap over Oostende. Zijn bende crapuul is roofzuchtiger dan ooit, dat zullen ze in Henegouwen heel goed ondervinden. De oorlog weet niet goed in welke richting hij zal uitgaan. Een aanval van Filips van Kleef-Ravenstein met een leger van 12.000 man om de stad Halle te veroveren wordt afgeblokt door de Duitse bevelhebbers. Leuven schikt zich wat later naar de eisen van Albrecht van Saksen en heeft er een pak geld voor over om met rust gelaten te worden. Die van Brussel lijken ook te bezwijken onder de Duitse druk maar Filips van Kleef-Ravenstein laat dat niet gebeuren. Hij beseft wel dat de grond hier te warm wordt onder zijn voeten. Bij zijn vertrek naar Gent schenken de Brusselse wethouders hem 4.000 Rijnse guldens als dank voor bewezen diensten. Ze zijn waarschijnlijk blij dat ze hem kwijt zijn.

Onverwacht vrede tussen Frankrijk en Duitsland
10 augustus 1488. Vlaanderen ontwaakt met het nieuws dat de Franse en de Duitse koning een vredesverdrag hebben afgesloten. Dat is al gebeurd op 22 juli in Frankfurt. Maximiliaan en Karel VIII zullen niet langer oorlog voeren tegen elkaar. Nu begrijpen ze plots waarom Crevecoeur zo’n bocht maakte. Het akkoord bepaalt dat Karel VIII zal moeten beslissen in al de geschillen tussen Maximiliaan en de drie Leden van Vlaanderen. De Vlamingen zijn best verheugd over wat ze te horen krijgen. Iedereen snakt naar vrede. Deze vuile oorlog dient alleen maar om het land te verwoesten en te bestelen en heeft geen enkele zin. Na het dubbelchecken van dat nieuws vinden ze het raadzaam om een gezantschap naar Tours te sturen om zich in naam van de drie Leden van Vlaanderen vrijwillig te onderwerpen aan deze uitspraak.

De delegatie bestaat uit een dertigtal geestelijke en wereldlijke figuren uit de meeste regio’s van Vlaanderen. Ook van de zijde van Maximiliaan zullen er afgevaardigden afreizen naar Tours. Uit het onderzoek en de bemiddeling van Karel VIII puren ze onderling een vredesverdrag dat uit acht punten bestaat. Maximiliaan blijft voogd van zijn zoon en van het bestuur van diens landen. De wethouders van Gent, Brugge en Ieper die in dienst waren tijdens de oproer moeten buiten hun stad een voetval doen voor de Roomse koning of zijn stadhouder. Dat dient blootshoofds, barvoets en gekleed in een zwarte mantel te gebeuren.

Bidden voor genade met daarbij een te betalen schadevergoeding van 300.000 gouden kronen. Daar krijgen ze wel drie jaar de tijd voor. Alle in Gent gevangen edellieden komen op vrije voeten en er komt een volledige kwijtschelding van al de voorbije misdaden van het volk. Maximiliaan zal de nodige maatregelen nemen om de koophandel over land en zee te vrijwaren. Hij zal alle akten die de drie Leden van Vlaanderen in de naam van zijn zoon hebben gepubliceerd alsnog ondertekenen en zal de steden in hun oorspronkelijke vrijheden bevestigen. Dat is de deal die er op 29 oktober 1489 uit de bus komt in Montils bij Tours. Iets vertelt me dat enkele punten uit deze regeling wel eens op hevige weerstand zouden kunnen botsen in Gent.

Een onbegrijpelijke weerspannigheid
5 december 1489. De Vlaamse gezanten zijn terug uit Frankrijk en komen binnen in Brugge. Ze zijn in het gezelschap van de bisschop van Parijs, de abt van Saint-Denis en een groot gevolg van Franse edellieden. Op de 6de december laten ze de vrede officieel afkondigen. De Bruggelingen tonen zich uitermate tevreden dat de oorlog voorbij is. Maar de Gentenaars scheppen er zoals gevreesd maar weinig behagen in. En dat is ook het geval voor Filip van Kleef-Ravenstein die zeker niet van plan is om zich eraan te onderwerpen. Hij trekt zich terug in Sluis en laat deze stad en beide kastelen extra versterken om aan alle mogelijke aanvallen te weerstaan. De kroniekschrijvers verwonderen zich over zijn onbegrijpelijke en hardnekkige weerspannigheid die zal zorgen voor nog meer schade in Vlaanderen en in het bijzonder aan Brugge.

18 januari 1490. De magistraten van Brugge en het Brugse Vrije worden in naam van Maximiliaan vernieuwd. Het Vrije beschikt conform zijn vroegere voorrechten opnieuw over 27 schepenen en 4 burgemeesters. Albrecht van Saksen, de algemene stadhouder van Maximiliaan arriveert met een sterk garnizoen in Kortrijk en reist dan verder naar Ieper. Nadat de lokale wethouders er hun vereiste voetval voor hem gedaan hebben kan hij er nu het magistraat vernieuwen.

Op 29 januari komt Albrecht met 2.500 krijgslieden naar Brugge. De vroegere wethouders maken op het Magdalenaveld buiten de Boeveriepoort hun verplichte voetval. De stadhouder passeert nu met al zijn volk door de binnenstad en begeeft zich nu naar Damme. Van daar laat hij aan Filips van Kleef-Ravenstein weten dat hij zonder uitstel de stad Sluis en zijn twee kastelen moet uitleveren. Filips laat weten dat hij dat onmogelijk kan doen zonder de toestemming van de Gentenaars. Dat is helemaal niet het antwoord dat Albrecht van Saksen wil horen.

Op 2 februari krijgt hij in Brugge een delegatie Gentenaars over de vloer. Met een verzoek om tot 15 augustus te wachten met de vernieuwing van het stadsbestuur en zich vooralsnog te vergenoegen met een nieuwe eed van de bestaande wethouders. Ze willen die best aan hem afleggen maar dan wel op voorwaarde dat hij zonder al zijn soldaten in hun stad binnenkomt. Albrecht van Saksen stemt er tegen beter weten mee in en stuurt Engelbert van Nassau naar Gent om dat klusje te klaren. De wethouders leggen zoals beloofd hun eed af maar naar de vereiste voetval mag hij fluiten.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *