web analytics

Anno 1313. Vlaanderen is nog maar eens de pineut

50
banner

29 juni 1313. Op ons grondgebied komt het niet echt tot hevige botsingen. Toch is Vlaanderen weer de pineut. De Fransman hoeft Vlaanderen niet enkel militair aan te pakken. Hij beschikt nog over andere luizenstreken om Vlaanderen op de knieën te krijgen. Filips de Schone sluit een overeenkomst met de Engelse koning Edward II dat al de Vlaamse handelaars in de Engelse havens zullen aangehouden worden. Met uitzondering van die van Ieper die blijkbaar wel op een goed blaadje staan bij Filips de Schone.

De Vlaamse landbouw heeft zwaar te lijden gehad onder de oorlogen en met deze maatregel wil de Fransman nu ook onze handel en nijverheid in het hart treffen. De gemeenten reageren paniekerig. De rijke Fransgezinde burgerij lijdt ondertussen grote schade door de Vlaamse rebellie. De poppen gaan nu helemaal aan het dansen. Tijdens een vergadering in Kortrijk pleiten ze om in te gaan op de eisen van Frankrijk. Vlaanderen moet nu eindelijk eens die vrede van Athis-sur-Orge uitvoeren en de vereiste sommen betalen. Ze moeten conform de afspraken de vestingen van hun steden slopen, te beginnen met die van Gent en Brugge. De pandgeving van het kasteel van Kortrijk samen met het leveren van een groot aantal gijzelaars moet ook nog gebeuren.

Met als voornaamste personen Robrecht van Cassel, de tweede zoon van Robrecht van Bethune en de wettelijke troonopvolger na de veroordeling van zijn broer Lodewijk van Nevers. Op 31 juli 1313 zwicht de graaf van Vlaanderen onder de druk. Er komt een wapenstilstand van één jaar. Te Atrecht legt hij in de aanwezigheid van de koninklijke biechtvader zijn eed af als vazal van de Franse kroon. Lodewijk van Nevers, de oudste zoon van Robrecht van Bethune verliest er zijn graafschappen Nevers en Rethel bij. Robrecht van Cassel biedt zich aan en zal te Verneuil in verzekerde bewaring gehouden worden. Op dat moment is het kasteel van Kortrijk reeds uitgeleverd aan de Fransen.

Het doet niet anders dan regenen
Tijdens de julimaand van 1314 richt Robrecht van Bethune die dan in Brugge verblijft een schrijven aan de koning van Engeland. Hij verleent een hoop voordelen en vrijheden aan de Engelse kooplieden hier op Vlaams grondgebied en hoopt daarbij op een identieke behandeling voor de Vlaamse commerçanten op Engelse bodem. Met daarbij het verzoek dat de stapel van wol en andere importgoederen in Brugge zou kunnen blijven. Hetgeen achteraf ook bevestigd wordt. In datzelfde jaar doet het niet anders dan regenen. Tien maanden aan een stuk. Het wordt zo erg dat de bruggen de druk van het wassende water niet meer kunnen slikken en wegspoelen.

De vruchten op het land rotten van de regen waardoor vanzelfsprekend een groot tekort volgt gepaard gaande met zeer hoge prijzen. Een mudde koren kost zo meer dan vijf pond. Korte tijd later ontkiemt een vreselijke pest waardoor wel een derde van de inwoners uit hun leven verdwijnt. Rond die tijd eindigt ook de tijdelijke vrede met Frankrijk. Filips de Schone vreest dat Lodewijk van Nevers het Vlaamse volk en de Vlaamse steden aan het opstoken is en stuurt gerechtsdeurwaarders naar hier om hem aan te houden. Deze actie steekt het vuur aan de lont bij de Vlamingen. Lodewijk laat via zijn procureur Nikolaas van Marchiennes een nieuw protest afkondigen waarbij hij zich hevig afzet tegen de Franse koning. In Kortrijk verjaagt een bende Vlamingen alvast de Franse baljuw uit het lokale kasteel. Het ziet er naar uit dat er weer zal moeten gevochten worden om het voortbestaan van Vlaanderen af te dwingen.

1 augustus 1314. Tijdens een grote vergadering in het koninklijk paleis uit Filips de Schone opnieuw zware beschuldigingen tegen de Vlaamse leiders. Hij eindigt zijn toespraak met de mededeling dat een oorlog met Vlaanderen nu wel heel waarschijnlijk wordt. Robrecht van Bethune krijgt welgeteld dertig dagen om zich voor het Franse parlement aan hem te onderwerpen. Indien hij dat nalaat zal de banvloek neerdalen over Vlaanderen en zal de graaf zonder enige vorm van rechtspleging ter dood mogen worden gebracht. Die stuurt enkele afgevaardigden naar Parijs maar Filips de Schone weigert om hen te ontvangen. Achteraf volgt wel de mededeling dat het leen ‘Vlaanderen’ verbeurd verklaard wordt in het voordeel van de koning die zijn grondbezit met de wapens weer bij Frankrijk zal annexeren. De Vlaamse gemeenten zijn al gestart met de vijandelijkheden. Ze belegeren Rijsel op het moment dat de eerste gewapende Fransmannen aan de grens opduiken.

Vier grote Franse legers zullen gelijktijdig Douai, Rijsel, Doornik en Sint-Omer in de tang nemen. De Vlaamse troepen wijken geenszins voor deze ontzaglijke krijgsmacht en staan al klaar om de strijd aan te gaan. Tot de diplomaten te Orthis toch tot een tijdelijke wapenstilstand komen. De oorlog gaat verrassend genoeg niet door wegens interne strubbelingen in Frankrijk. Om de strijd tegen Vlaanderen te voeren eist Filips de Schone 20 percent van de bezittingen en de inkomsten van zowel de burgers als de edelen. Een afpersing die zoveel tegenstand opwekt onder de inwoners van Vermandois, Champagne en Bourgondië waardoor die zich als ‘de verbondenen’ gaan moeien met het beleid van hun koning. Ze verplichten hem om zijn belastingmaatregelen op te schorten. En daardoor is er natuurlijk onvoldoende geld om te oorlogen tegen de Vlamingen. Daar zit dus de echte reden voor de wapenstilstand. Robrecht van Cassel en de Vlaamse gijzelaars komen op vrije voeten, de soldaten van de vier Franse legers keren met de staart tussen de benen naar hun haardsteden terug.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *