web analytics

Anno 1437. Vlaanderen zit in een diepe crisis

53
banner

De burgeroorlog in West-Vlaanderen en het sluiten van de Brugse haven zorgen voor een diepe crisis in Vlaanderen. De koophandel en de nijverheid komen volledig tot stilstand. Gent en Ieper delen natuurlijk in de brokken. Het regent initiatieven om de vrede tussen de graaf en Brugge te herstellen. Zelfs de buitenlandse handelaars laten zich niet onbetuigd. Toch blijven alle pogingen en vergaderingen een maat voor niets. De graaf houdt koppig vast aan zijn objectief om de Bruggelingen op droog zaad te zetten en hen door armoede en hongersnood tot gehoorzaamheid te dwingen. Er komt ook in Gent een reactie los.

Op 22 oktober 1437 blazen de diverse ambachten verzamelen en verschijnen ze met hun banieren op de grote markt. Het land moet weer tot rust komen zodat de koophandel weer kan opleven. Ze verkiezen de erudiete en voorzichtige poorter Raso Onredene tot hun opperbevelhebber, een man die zeer genegen is tot de prins. Hij wil zijn functie trouwens pas vervullen als Filips hem daartoe de toestemming geeft. Dat is geen probleem, zolang hij maar zweert om hem trouw te blijven. Het is nu tijd om in gesprek te gaan met de Bruggelingen.

Raso Onredene en ongeveer 6.000 mannen strijken neer in Eeklo. Ze nodigen Brugse gezanten uit om hier in neutrale zone te onderhandelen over de welvaart van het land. De ambachten van de smeden, wevers, timmerlieden en bakkers sturen hun respectieve dekens Jan Welgereet, Adriaan Zechbroeck, Joris Wouters en Marcus van Aricourt. Ze krijgen het gezelschap van nog andere dekens en treffelijke ambachtslieden. Na verschillende gesprekken komt het tot een voorstel van compromis. De Bruggelingen zijn bereid om het Brugse Vrije als vierde Lid van Vlaanderen te aanvaarden. Als tegenprestatie zou de toegang tot hun haven weer opengesteld worden.

Dat compromis moet uiteraard nog eerst goedkeuring krijgen van het gemeen in Brugge. Iets wat aanvankelijk lijkt te lukken. Tot een welbepaalde inwoner, Jacob De Messemakere zijn zegje doet. De kroniekschrijvers noteren zijn bevlogen speech in hun werk. Zijn woorden illustreren in elk geval heel scherp wat er op dat moment leeft in Brugge. Hij heeft het over de dwaasheid van de Bruggelingen om in te gaan op de Gentse voorstellen. Ze zullen de Brugse welvaart vernietigen. Hoe kan de buitenomgeving van Brugge nu zomaar afgescheiden worden van de feitelijke stad? Al hun Brugse voorvaderen hebben gevochten om het groot Brugge samen te houden en nu zullen ze hier toestaan dat er van die ene stad er nu plots twee zullen ontstaan. De Messemakere kan het warempel goed zeggen en overtuigt zijn stadsgenoten. Ze moeten inderdaad de voetstappen van hun voorouders volgen. Het is inderdaad beter om bloed te vergieten dan de vrede op dergelijke manier te bekomen. De voorstellen van Eeklo worden daarop compleet weggestemd.

De prijs van de levensmiddelen stijgt snel
Niet zo veel later loopt een uitval van de Sluizenaars om de parochie van Sint-Laureins te plunderen verkeerd af. Acht van hun mannen worden overmeesterd en naar Brugge gevoerd en onthoofd. Vanuit Zeeland krijgen die van Sluis nog hand- en spandiensten van de heer van Vere. Dat ondervinden Heist, Blankenberge en Sluis aan den lijve. Ook Lissewege staat op het programma maar hier worden ze op de vlucht gedreven door de Bruggelingen die dan maar zelf aan het plunderen slaan. Heel de streek ondergaat vreselijke verwoestingen door beide partijen. De prijzen van de levensmiddelen stijgen natuurlijk wel elke dag. Dat komt natuurlijk door die afgesloten haven.

De Gentenaars zijn er ook al het slachtoffer van en eisen van de Sluizenaars dat ze de doortocht over het water weer vrijmaken. Die weigeren dat echter en verstoppen zich achter het excuus dat ze daarvoor de toestemming van de graaf nodig hebben. Een klein kind kan zien dat ze daarmee de haat en frustratie van de Gentenaars opdrijven. Er gaan in Gent al direct stemmen op om zich te wreken op Sluis. Gelukkig krijgen Filips en Isabella weet van dat ongenoegen en zien ze in dat er niet veel voor nodig zal zijn om de twee grootste steden van Vlaanderen met elkaar in alliantie te zien gaan tegen zijn beleid. De boog met Brugge zou best wat minder strak gespannen staan. Die vrees zorgt voor een diplomatieke dooi.

Hij schrijft naar Brugge dat ze mogelijk vrede kunnen krijgen maar dat ze wel moeten inzien dat een verbond met Gent die vrede in het gedrang zal brengen. Daarnaast laat Filips drie rotte appelen uit de Brugse mand verwijderen. Gouverneur Vincent De Scheutelaere, burgemeester van de gemeente Lodewijk Van De Walle en zijn echtgenote Gertrude De Scheutelaere worden alle drie aangehouden en naar een Vilvoordse gevangenis gevoerd. De graaf is ervan overtuigd dat zij achter de moord op burgemeester Maurits van Varsenare zitten. De Bruggelingen onthouden zich gelukkig van dat verbond met Gent terwijl Raso Onredene die zich nog altijd met zijn volk in Eeklo ophoudt nu ook terugkeert naar zijn stad.

Misschien kan de gravin een goed woordje doen?
Zo komt er eindelijk wat minder druk op de ketel. En dat is meer dan nodig, het water staat Brugge tot aan de lippen. De hongersnood is zo acuut dat als er niet dringend voedingsmiddelen binnenvaren de Bruggelingen wel zullen moeten sterven. Overleven kunnen ze alleen wanneer ze zich met hun vorst verzoenen. Ze beseffen dat ze Filips keer op keer misdaan hebben en dat zijn haat diep zit.

De wetenschap dat hertogin Isabella van Portugal Brugge genegen is zorgt ervoor dat ze het misschien best eens via haar kunnen spelen. Vier afgevaardigden zullen een poging wagen om tot bij de hertogin te geraken. Dat zijn vier van de meeste gematigde poorters; Willem Geerolf, Pieter Bruggraeve, Jacob De Zwertvagere en Boudewijn Van Den Leene die met enkele kostbare geschenken tot bij Isabella reizen.

De madame van de graaf belooft aan de gezanten van een inspanning te doen om haar verbitterde echtgenoot tot medelijden te bewegen. Na lang zagen en pramen krijgt ze haar zin. Filips is bereid te praten over vrede maar hij eist tezelfdertijd dat de stad 42 personen aan hem zal uitleveren, mensen waar hij naar eigen goeddunken zal over oordelen en beslissen. Daarbij zit het drietal dat nu in Vilvoorde vast zit. Samen met Gertrudes zoon Joos Van De Walle. De ambachtslieden mogen hun weerbarstige dekens sturen: Adriaan Zechbroeck (ververs), Jan Welgereet (smeden), Victor Wouters (volders), Joris Minne (scheerders), Joris Wouters (timmerlieden) met daarbij nog Jacob De Messemakere en de rest.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *