web analytics

Anno 1323. We willen van de Kerels zingen

51
banner

Ongelukkig genoeg steken de ijdelheid van de graaf en zijn voorkeur voor alles wat Frans is stokken in de wielen van de vooruitgang. Meer dan een marionet van de Franse koning is onze graaf dan ook niet. Een edel weeskind in dienst van de koning van Frankrijk. Hij verblijft in Nevers waar hij een liederlijk leven gevuld met uitspattingen leeft en zich verlaagt tot schandelijke verkwistingen. Lodewijk heeft bij zijn terugkeer naar Nevers in juli 1323 het bestuur over Vlaanderen in de handen gelegd van de Franse ridder L’Aspremont en dat betekent meteen het startsein voor de hatelijkste afpersingen.

De burgers worden overstelpt met schattingen en lasten, ze verliezen eigendommen die dan toegewezen worden aan gunstelingen van de Fransman. In Gent en Brugge kunnen de stadsbesturen de schade nog enigszins beperken, maar op het platteland heersen de baljuws van de graaf. Adepten van Frankrijk en betaald met Franse jaargelden in dagelijks contact met vrijheidlievende landbouwers van het Saksisch ras die zich meer en meer verenigen rond de figuur van Eustachius Sporkin Dat zijn mannen die nog gevochten hebben op de Groeningekouter. De baljuws zinnen dus op wraak. Ze komen uit hun kastelen om hen op rantsoen te stellen en als ze weerstand bieden te vermoorden. Een Franstalig lied dat vaak weerklonk tijdens hun rooftochten klonk als volgt:

We willen van de Kerels zingen
Ze zijn van kwade aard
We willen die kerels doen grijnzen
Al dravend over ‘t veld
Het is al kwaad dat ze peinzen
Je weet ze wel besteld
Men zal ze slepen en hangen

Gouverneur L’Aspremont onderschat het karakter van deze Kerels. Een grote opstand van de Vlamingen zal de driften in heel het land laten heropleven. Lambrecht Bovijn is het opperhoofd in Aardenburg, Zeger Janszone in Gistel. Op het grondgebied van de Vier-Ambachten leidt Lambrecht Bockel de dans. De West-Vlamingen zijn de kwellingen moe. Samen met een hoop ontevreden Bruggelingen gaan ze in het verzet tegen hun bloedzuigers.

Ze steken de huizen en de kastelen van de geweldenaren in brand en bekommeren zich niet om de raadsheren van de graaf die de kalmte prediken. Zelfs naar hun eigen wethouders lijken ze niet te luisteren. De herfst en de winter van 1323 tonen warempel een heuse volksopstand. Het gepeupel moet het allemaal niet meer weten. Wie ook maar het minste in de weg van de mensen legt is zijn leven niet langer zeker.

Brugge is het toneel van een verdomde anarchie
Februari 1324. De heer van Aspremont is de situatie niet langer meester en roept Lodewijk van Nevers terug naar Vlaanderen. Brugge en omstreken zijn gedurende vijf maanden getuige geweest van een ontzettende gruwel. De graaf stelt een onderzoek in. Hij schrikt van wat hij te weten komt en vreest dat eventuele maatregelen die ingaan tegen de massa de zaken alleen maar erger zullen maken. Hij laat alles blauw blauw, vergeeft het geweld van de opstandelingen en gooit het doek over de afpersingen van de ambtenaren. Van zodra hij denkt de rust hersteld te hebben keert hij Vlaanderen al weer de rug toe om zich in Nevers verder uit te leven aan de genoegens van de jacht, het spel en de eetfestijnen.

In het Brugse wakkert de wrok al onmiddellijk weer aan. Dit keer zijn de edelen kop van jut. Waarom hebben zij de willekeur van de ambtenaren niet tegengehouden? De burgeroorlog breekt nog maar eens uit. Roddels en aanmatigingen van beide kanten zorgen voor onophoudelijke beroering. Brugge is tijdens de lente van 1324 het toneel van een verdomde anarchie. Het volk ontslaat op eigen gezag de ambtenaren die hen gekweld hebben. Ze benoemen nieuwe ontvangers en tollenaars in wie ze wel vertrouwen hebben. De Vrijlaten trekken er op uit om de kastelen van de naburige edelen aan te vallen en met de grond gelijk te maken.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *